- Wat is een RVU?
Een RVU is een Regeling voor Vervroegde Uittreding die dient om de periode van ontslag tot aan de AOW-datum van een (ex)-werknemer te overbruggen.
- Wat is een RVU-heffing?
Met het idee dat werknemers langer moeten doorwerken, stond de Belastingdienst een dergelijke RVU tot voor kort niet toe. Als de Belastingdienst oordeelde dat er sprake is van een RVU, werd de uitkering belast met een eindheffing van 52%.
- Wat houdt de versoepeling van de RVU-heffing in?
De werkgever mag aan de werknemer tot een maximumbedrag, dat gelijk is aan de netto-AOW-uitkering, gedurende maximaal 3 jaar een vergoeding betalen om de periode tot de AOW-datum te overbruggen. Deze vergoeding wordt niet meer belast met een eindheffing van 52% maar met de reguliere heffing volgens de groene belastingtabel voor bijzondere beloningen. Deze regeling is tijdelijk en geldt onder de genoemde voorwaarden tot en met 31 december 2025.
- Wat zijn de voorwaarden voor de RVU-drempelvrijstelling?
- de uitkering moet binnen 3 jaar vóór de AOW-leeftijd van de werknemer worden toegekend;
- het bedrag van de drempelvrijstelling wordt per maand berekend en is gelijk aan de netto-AOW-uitkering. De AOW-bedragen worden jaarlijks aangepast.
- Wat betekent het nieuwe stelsel voor mijn opgebouwde pensioen?
Doel van het Pensioenakkoord is om al opgebouwde en nog op te bouwen pensioenrechten bij elkaar te houden. Er wordt een standaard transitiepad voorgeschreven waarin bestaande rechten in beginsel worden omgezet naar het nieuwe stelsel. Dit wordt “invaren” genoemd. Invaren is echter geen automatisme.
Het bestuur van een pensioenfonds kan, na een verzoek van sociale partners, een beroepspensioenvereniging of de werkgever, besluiten om opgebouwde rechten in te varen in het nieuwe systeem. Als een bestuur wil afwijken van het standaard transitiepad door niet in te varen, moet het bestuur dit motiveren. Bijvoorbeeld omdat dit voor (een deel van) de belanghebbenden tot een onevenredig nadeel zou leiden.
- Kan het nieuwe stelsel voor mij nadelig zijn?
Ja. Dat hangt echter sterk af van je leeftijd, de inhoud van je pensioenregeling en of je van baan wisselt. Uitgangspunt van het Pensioenakkoord is, dat mensen er niet op achteruit gaan. Mocht dit toch het geval zijn, dan moet er adequate compensatie komen. Voor De Unie is dit een van de belangrijkste punten die nog goed geregeld moeten worden.
Bouw je pensioen op in een beschikbare premie-regeling met een oplopende premiestaffel? Dan kan deze staffel behouden blijven voor de medewerkers, die voor 1 januari 2028 in dienst zijn. Daarna is alleen eenzelfde (vlak) premiepercentage toegestaan voor nieuwe medewerkers. Het is ook mogelijk, dat voor alle medewerkers wordt overgegaan op eenzelfde premiepercentage voor iedereen. In dat geval hebben de werknemers met een hoger premiepercentage nadeel en dient gesproken te worden over compensatie. Welke keuze gemaakt wordt is aan CAO-partijen.
- Hoe wordt een inschatting gemaakt van je pensioen?
Ieder jaar wordt bepaald:
- hoeveel geld er in je pensioenpot zit
- hoe de economie het naar verwachting de komende jaren gaat doen
- hoe oud mensen gemiddeld worden, want hoe langer mensen leven, hoe langer mensen pensioen krijgen
Het pensioenfonds rekent je pensioenpot elk jaar om naar een pensioen dat je kunt verwachten. Omdat het bedrag in je pot wisselt, gaat ook de uitkomst van die berekening elk jaar omhoog of omlaag. De inschatting van je pensioen schommelt dus ieder jaar.
- Hoe bouw ik pensioen op in het nieuwe stelsel?
Veel mensen hebben nu te maken met de zgn. doorsneesystematiek. Iedereen betaalt hetzelfde percentage van de pensioengrondslag aan premie en krijgt daarvoor hetzelfde percentage pensioenopbouw. Naarmate je ouder wordt stijgt echter de prijs van pensioen. Feitelijk is hierdoor sprake van subsidie van jong naar oud. Dit gaat veranderen.
Jongeren krijgen in het nieuwe systeem voor dezelfde premie meer pensioenopbouw, ouderen minder.
Je pensioen gaat verder meebewegen met de ontwikkeling van de economie. Harde toezeggingen zullen er niet meer zijn. Om grote uitschieters in uitkeringen van jaar tot jaar te voorkomen zullen zowel positieve als negatieve rendementen over meerdere jaren worden uitgesmeerd.
- Zijn de wijzigingen dan direct van kracht?
Nee, er zal nog veel moeten gebeuren om toepassing mogelijk te maken. Sociale partners moeten nieuwe afspraken maken over pensioenregelingen. Pensioenfondsen en verzekeraars moeten hun systemen aanpassen. Daarom is een overgangsperiode voorzien tot 1 januari 2026. Als partijen het erover eens zijn is het wel mogelijk om voor 2026 over te stappen op het nieuwe systeem.
- Waarom moesten er nieuwe afspraken over pensioenen komen?
Verreweg de meeste mensen bouwen pensioen op in een systeem, dat gebaseerd is op harde toezeggingen op lange termijn. Als gevolg van de veranderde arbeidsmarkt, de al vele jaren dalende rente en het feit, dat we (gemiddeld) steeds langer leven zorgde ervoor, dat deze harde toezeggingen niet meer waargemaakt konden worden. Pensioen is steeds duurder geworden. Er moet steeds meer gespaard worden voor minder pensioenopbouw, niet of nauwelijks indexaties en zelfs verlagingen van pensioenen. De grens van wat mogelijk en acceptabel is, is bereikt.
- Is mijn werkgever verplicht een pensioenregeling voor mij te treffen?
Nee. Volgens de wet is jouw werkgever niet verplicht om een pensioenregeling te treffen voor jou en je collega’s, tenzij hier collectieve afspraken over zijn gemaakt. Je werkgever is namelijk verplicht om jou een pensioenregeling aan te bieden wanneer dit is opgenomen in je collectieve arbeidsovereenkomst (cao), of wanneer je werkgever binnen een sector met een collectief bedrijfstakpensioenfonds valt. Let er in het geval van een collectieve arbeidsovereenkomst wel op dat deze verbindend is verklaard door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
- Kan ik zelf aanvullend sparen voor een hoger pensioen?
Ja. Je kunt op diverse manieren zelf aanvullend sparen voor een hoger pensioen, of een aanvulling op je pensioen. En naast sparen op een bankrekening, is het ook mogelijk om fiscaal vriendelijk te sparen via een lijfrenteverzekering of een bankspaarproduct. Het opbouwen van (extra) pensioen is in een aantal situaties erg verstandig.
- Waar kan ik informatie over mijn opgebouwd pensioen vinden?
Alle informatie over je opgebouwde pensioen, vind je in een pensioenoverzicht op https://www.mijnpensioenoverzicht.nl/. Hier kun je checken hoeveel AOW en pensioen je hebt opgebouwd, en wat je te bereiken pensioen is. Ook kun je je actueel Uniform Pensioenoverzicht (UPO) raadplegen.
- Wat is een UPO?
Een UPO staat voor Uniform Pensioenoverzicht en geeft jou ieder jaar een update over jouw pensioen. Je krijgt dit overzicht natuurlijk alleen als je deelneemt in een pensioenregeling. Op het overzicht kun je nagaan welk bedrag je kunt verwachten als je met pensioen gaat of als je bijvoorbeeld arbeidsongeschikt wordt. Heb je bij meerdere werkgevers pensioen opgebouwd? Dan ontvang je ook meerdere UPO’s.
- Waar kan ik nagaan of ik in het verleden pensioen heb opgebouwd?
Je kunt allereerst met je DigiD inloggen op https://www.mijnpensioenoverzicht.nl/. Hier vind je een overzicht van alles omtrent jouw pensioen. Echter, het kan zijn dat deze informatie nog niet is geüpdatet, of misschien wel incompleet is. Daarom is er een alternatief. Je kunt contact opnemen met de Servicedesk van het Pensioenregister, als je niet weet of je bij werkgevers in het verleden pensioen hebt opgebouwd.
- Wat is waardeoverdracht?
Waardeoverdracht van je pensioen is het ‘meenemen’ van je pensioenopbouw − en de bijbehorende pensioenrechten − bij je ex-werkgever en ex-pensioenuitvoerder naar een nieuwe werkgever en pensioenuitvoerder. Blijf je in dezelfde branche werken, dan kan het zijn dat de pensioenuitvoerder, het pensioenfonds, hetzelfde blijft. Waardeoverdracht is dan niet aan de orde.
- Is waardeoverdracht verstandig?
Of waardeoverdracht verstandig is, hangt af van een aantal factoren. Het is belangrijk om een vergelijking te maken tussen de oude en de nieuwe pensioenregeling. Als je een nieuwe regeling een eindloonregeling is, kan waardeoverdracht verstandig zijn. Zeker als je verwacht bij je nieuwe werkgever carrière te maken. Heeft je nieuwe werkgever een pensioenregeling op basis van beschikbare premie, dan kan overdracht juist onverstandig zijn. Overdracht kan jou of je eventuele nabestaande veel geld kosten.
- Wat is de dekkingsgraad van een pensioenfonds?
De dekkingsgraad van een pensioenfonds geeft weer in welke mate het pensioenfonds in staat wordt geacht om nu en in de toekomst aan de betalingsverplichtingen te voldoen. Een pensioenfonds wordt namelijk gefinancierd via een kapitaaldekkingsstelsel. Dat houdt in dat werknemers gedurende hun dienstverbanden pensioenpremie betalen. Deze premies worden vervolgens door het pensioenfonds belegd, zodat met deze opbrengsten alle pensioenen kunnen worden betaald.
Voor de AOW betekent het voornemen om de AOW-leeftijd verder te verhogen dat je mogelijk later recht krijgt op je AOW-uitkering dan eerder was afgesproken in het Pensioenakkoord. In het regeerakkoord wordt de AOW leeftijd 1 op 1 gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting in tegenstelling tot de 8 maanden per levensjaar als onderdeel van het pensioenakkoord.

Afbeelding: AOW plannen Kabinet (beeld: NOS.nl)
Dat kan betekenen:
- Langer doorwerken, voor de jongste generatie zelfs tot na hun 71e levensjaar.
- Of een periode overbruggen met eigen middelen of pensioen.
In de plannen wordt de WIA op meerdere punten versoberd. De grootste wijzigingen zitten in (1) het uitkeringsplafond en (2) het afschaffen van de IVA (voor nieuwe instroom).
- Lager uitkeringsplafond (maximumdagloon)
Het kabinet wil het maximumdagloon – de bovengrens waarover WW- en WIA-uitkeringen worden berekend – met 20% verlagen. In bedragen die nu rondgaan komt dat neer op een daling van ongeveer € 6.617 naar € 5.293,60 bruto per maand (op basis van het huidige maandmaximum).
Dat raakt vooral mensen met een midden- tot hoger inkomen: hun uitkering wordt sneller “afgetopt”, waardoor de inkomensval bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid groter wordt. - Afschaffing IVA
Nu krijgen volledig en duurzaam arbeidsongeschikten in de IVA een uitkering van 75% van het (gemaximeerde) dagloon. In de plannen wordt het IVA-onderscheid voor nieuwe instroom geschrapt, waardoor deze groep uitkomt op het niveau dat nu bij WGA gebruikelijk is: 70% in plaats van 75%. Ook gaan voor deze groep re-integratie verplichtingen gelden en risico op herbeoordelingen.
Belangrijk: volgens de budgettaire bijlage bij het regeerakkoord behouden huidige IVA-gerechtigden hun IVA-recht op het moment van invoering. - WGA: kortere ‘loongerelateerde’ fase
Voor mensen in de WGA wordt de loongerelateerde fase korter doordat die gekoppeld is aan de WW-duur en deze door het kabinet wordt verkort tot één jaar Daardoor kom je sneller in een vervolgfase terecht, met als risico de lage vervolguitkering die vaak ver onder het sociaal minimum ligt. In sommige gevallen bestaat er recht op een toeslag van het UWV tot het sociaal minimum.
Voor mensen met een aanvullend verzekerde excedentregeling hangt het af van de polisvoorwaarden of (en hoe lang) dit verschil wordt gecompenseerd.
Het kabinet wil de maximale duur van de WW verkorten naar één jaar. Dat betekent dat je bij ontslag korter recht hebt op een loongerelateerde uitkering.
Daarnaast wordt voorgesteld het maximumdagloon met 20% te verlagen. Dat maximum bepaalt de bovengrens van de WW-uitkering.
Ook stelt het kabinet voor om de opbouw flink te beperken. Nu bouw je per gewerkt jaar in de eerste 10 jaar 1 maand WW op. Dat wordt als het aan dit kabinet ligt gehalveerd tot een halve maand per gewerkt jaar. Dit betekent dat je na tien arbeidsjaren, slechts vijf maanden kunt terugvallen op een WW-uitkering i.p.v. 10 maanden en anders moet terugvallen op de bijstand.
Daarnaast wordt de referte-eis aangepast waardoor je langer moet hebben gewerkt om überhaupt in aanmerking te komen voor de kortdurende WW-uitkering van 3 maanden. Beide hebben grote gevolgen voor vooral jongeren.
De uitkering in de eerste twee maanden van de WW zou verhoogd moeten worden van 75% naar 80%.
Voorbeeldberekening (indicatief):
- Huidig maximumdagloon ≈ € 6.600 bruto per maand
- WW-uitkering eerste twee maanden: 80% in de eerste twee maanden → circa € 5280 bruto per maand
- WW-uitkering na 2 maanden (70%) → € 4620 bruto per maand
Als het maximumdagloon 20% lager wordt:
- Nieuw maximum ≈ € 5.280 bruto per maand
- WW-uitkering eerste twee maanden (80%) → circa € 3.960 bruto per maand
- WW uitkering na twee maanden (70%): € 3696 bruto per maand
Dat is een verschil van bijna € 1.000 bruto per maand bij maximale uitkering.
Voor midden- en hogere inkomens kan dit dus een aanzienlijke inkomensval betekenen.
