- Wat is een sociaal plan?
Een sociaal plan is een overeenkomst tussen werkgever(s) en vakbond(en), waarin afspraken zijn vastgelegd die de gevolgen van een reorganisatie regelen. Heeft de reorganisatie gevolgen voor jou als medewerker? Dan moet de werkgever het sociaal plan toepassen. Bijvoorbeeld als besloten is om je werkzaamheden te verplaatsen naar een andere locatie, om bepaalde werkzaamheden niet meer uit te voeren, of om hetzelfde werk met minder mensen te gaan doen.
In het sociaal plan staan je rechten en plichten. Ook kun je hierin vinden of je functie mag vervallen of niet, en wat jouw werkgever moet doen om jou te helpen een andere functie te vinden (en welke andere functies je moet accepteren). Lukt het niet om een andere baan te vinden? Dan heb je vaak recht op een beëindigingsvergoeding. Ook dit is geregeld in het sociaal plan.
- Wat is een adviesaanvraag?
Als een werkgever wil reorganiseren, moet eerst de ondernemingsraad om advies worden gevraagd. Dit heet de adviesaanvraag. Pas na dit advies mag de reorganisatie worden doorgevoerd. In de adviesaanvraag kun je lezen wat de plannen van je werkgever zijn. Bijvoorbeeld welke functies vervallen, en welke werkzaamheden worden beëindigd of naar andere afdelingen worden verplaatst.
- Wanneer is sprake van collectief ontslag?
Deze vorm van ontslag is van toepassing als 20 of meer medewerkers in hetzelfde werkgebied binnen 3 maanden bij de werkgever ontslag krijgen. De Wmco (Wet Melding Collectief Ontslag ) geeft aan waar de werkgever zich in deze situatie aan moet houden. Bijvoorbeeld het melden van collectief ontslag door de werkgever bij het UWV en ook zullen de vakbonden geraadpleegd moeten worden.
- Waar heb ik recht op wanneer mijn dienstverband eindigt?
- Als je werkgever een Sociaal Plan opstelt, dan staat daarin waar je recht op hebt bij einde dienstverband. Dit kan bijvoorbeeld een vergoeding zijn, vrijstelling van werk of de mogelijkheid om gebruik te maken van een outplacementbureau (voor begeleiding van werk-naar-werk). Een werkgever is echter niet verplicht een Sociaal Plan op te stellen.
- Het kan ook zijn dat je werkgever je een vaststellingsovereenkomst aanbiedt. Krijg je een vaststellingsovereenkomst van je werkgever? Laat deze dan eerst juridisch nakijken voordat je reageert. De Unie kan je hierbij helpen.
- Als je werkgever deze routes niet volgt, moet hij een aanvraag indienen bij het UWV om toestemming te vragen jouw arbeidsovereenkomst op te zeggen. Na toestemming van het UWV moet je werkgever nog schriftelijk opzeggen. De werkgever moet daarbij de opzegtermijn in acht nemen en je hebt wellicht recht op een transitievergoeding.
- Ik ben boventallig. Wat betekent dat voor mij?
Door een reorganisatie kan je functie komen te vervallen of er zijn minder medewerkers nodig in een bepaalde functie. Als gevolg hiervan kun je boventallig worden verklaard. Vraag je werkgever altijd om een schriftelijke toelichting waarom je boventallig bent bevonden en van welke regelingen je gebruik kunt maken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan begeleiding van werk-naar-werk, een vertrekregeling met vergoeding of voorzieningen die zijn opgenomen in een sociaal plan. Een aantal voorzieningen die opgenomen kunnen zijn in een sociaal plan zijn o.a. ontslagvergoeding, passende werkzaamheden binnen de organisatie en werk-naar-werkbegeleiding buiten je werkgever. Helaas kan het ook betekenen dat je ontslag krijgt van je werkgever.
- Wat is het afspiegelingsbeginsel?
Het afspiegelingsbeginsel bepaalt, bij ontslag om bedrijfseconomische redenen, de volgorde waarin de ontslagen plaatsvinden. Het doel van het afspiegelingsbeginsel is om te zorgen dat je de organisatie zodanig laat krimpen, dat de leeftijdsopbouw van het personeelsbestand zowel voor als na de ontslagronde, zoveel mogelijk hetzelfde blijft. Volgens het afspiegelingsbeginsel dient een werkgever, per leeftijdsgroep, de werknemer met het kortste dienstverband als eerste voor ontslag voordragen.
Voor de AOW betekent het voornemen om de AOW-leeftijd verder te verhogen dat je mogelijk later recht krijgt op je AOW-uitkering dan eerder was afgesproken in het Pensioenakkoord. In het regeerakkoord wordt de AOW leeftijd 1 op 1 gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting in tegenstelling tot de 8 maanden per levensjaar als onderdeel van het pensioenakkoord.

Afbeelding: AOW plannen Kabinet (beeld: NOS.nl)
Dat kan betekenen:
- Langer doorwerken, voor de jongste generatie zelfs tot na hun 71e levensjaar.
- Of een periode overbruggen met eigen middelen of pensioen.
In de plannen wordt de WIA op meerdere punten versoberd. De grootste wijzigingen zitten in (1) het uitkeringsplafond en (2) het afschaffen van de IVA (voor nieuwe instroom).
- Lager uitkeringsplafond (maximumdagloon)
Het kabinet wil het maximumdagloon – de bovengrens waarover WW- en WIA-uitkeringen worden berekend – met 20% verlagen. In bedragen die nu rondgaan komt dat neer op een daling van ongeveer € 6.617 naar € 5.293,60 bruto per maand (op basis van het huidige maandmaximum).
Dat raakt vooral mensen met een midden- tot hoger inkomen: hun uitkering wordt sneller “afgetopt”, waardoor de inkomensval bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid groter wordt. - Afschaffing IVA
Nu krijgen volledig en duurzaam arbeidsongeschikten in de IVA een uitkering van 75% van het (gemaximeerde) dagloon. In de plannen wordt het IVA-onderscheid voor nieuwe instroom geschrapt, waardoor deze groep uitkomt op het niveau dat nu bij WGA gebruikelijk is: 70% in plaats van 75%. Ook gaan voor deze groep re-integratie verplichtingen gelden en risico op herbeoordelingen.
Belangrijk: volgens de budgettaire bijlage bij het regeerakkoord behouden huidige IVA-gerechtigden hun IVA-recht op het moment van invoering. - WGA: kortere ‘loongerelateerde’ fase
Voor mensen in de WGA wordt de loongerelateerde fase korter doordat die gekoppeld is aan de WW-duur en deze door het kabinet wordt verkort tot één jaar Daardoor kom je sneller in een vervolgfase terecht, met als risico de lage vervolguitkering die vaak ver onder het sociaal minimum ligt. In sommige gevallen bestaat er recht op een toeslag van het UWV tot het sociaal minimum.
Voor mensen met een aanvullend verzekerde excedentregeling hangt het af van de polisvoorwaarden of (en hoe lang) dit verschil wordt gecompenseerd.
Het kabinet wil de maximale duur van de WW verkorten naar één jaar. Dat betekent dat je bij ontslag korter recht hebt op een loongerelateerde uitkering.
Daarnaast wordt voorgesteld het maximumdagloon met 20% te verlagen. Dat maximum bepaalt de bovengrens van de WW-uitkering.
Ook stelt het kabinet voor om de opbouw flink te beperken. Nu bouw je per gewerkt jaar in de eerste 10 jaar 1 maand WW op. Dat wordt als het aan dit kabinet ligt gehalveerd tot een halve maand per gewerkt jaar. Dit betekent dat je na tien arbeidsjaren, slechts vijf maanden kunt terugvallen op een WW-uitkering i.p.v. 10 maanden en anders moet terugvallen op de bijstand.
Daarnaast wordt de referte-eis aangepast waardoor je langer moet hebben gewerkt om überhaupt in aanmerking te komen voor de kortdurende WW-uitkering van 3 maanden. Beide hebben grote gevolgen voor vooral jongeren.
De uitkering in de eerste twee maanden van de WW zou verhoogd moeten worden van 75% naar 80%.
Voorbeeldberekening (indicatief):
- Huidig maximumdagloon ≈ € 6.600 bruto per maand
- WW-uitkering eerste twee maanden: 80% in de eerste twee maanden → circa € 5280 bruto per maand
- WW-uitkering na 2 maanden (70%) → € 4620 bruto per maand
Als het maximumdagloon 20% lager wordt:
- Nieuw maximum ≈ € 5.280 bruto per maand
- WW-uitkering eerste twee maanden (80%) → circa € 3.960 bruto per maand
- WW uitkering na twee maanden (70%): € 3696 bruto per maand
Dat is een verschil van bijna € 1.000 bruto per maand bij maximale uitkering.
Voor midden- en hogere inkomens kan dit dus een aanzienlijke inkomensval betekenen.
