- In welke situatie moet de werkgever voor mij ontslag aanvragen bij het UWV?
Als je werkgever bedrijfseconomische redenen heeft om je te willen ontslaan, dan moet je werkgever hiervoor een ontslagvergunning bij het UWV aanvragen. Het UWV beoordeelt de aanvraag van je werkgever en je krijgt een kopie van de aanvraag met de mogelijkheid om bezwaar in te dienen. Het UWV beoordeelt de aanvraag en eventueel bezwaar om op basis daarvan wel of geen toestemming aan je werkgever te verlenen. Wanneer je werkgever je vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid (bijvoorbeeld na 2 jaar ziekte) wil ontslaan, moet hiervoor ook toestemming aan het UWV worden gevraagd.
- Heb ik recht op een WW-uitkering?
Het UWV kijkt of je aan de voorwaarden voor een WW-uitkering voldoet. Vervolgens beslist het UWV of je in aanmerking komt voor een uitkering na ontslag.
- Wat kan ik verwachten als ik een WIA-uitkering aanvraag?
Ben je na 88 weken nog ziek? Dan ontvang je van het UWV een aanvraagformulier. Als werknemer vraag je namelijk zelf de WIA-uitkering aan bij het UWV. Deze ingevulde aanvraag, uiteraard voorzien van de benodigde informatie, moet uiterlijk in de 93e ziekteweek door het UWV zijn ontvangen.
Vervolgens beoordeelt het UWV of de re-integratieactiviteiten goed zijn verlopen. Vindt het UWV dat jouw werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen voor jouw re-integratie? Dan mag het UWV jouw werkgever een loonsanctie van maximaal 1 jaar opleggen. Dit houdt in dat jouw werkgever wordt verplicht om je loon voor maximaal 1 jaar door te betalen. Ontslag na twee jaar ziekte is in dit geval niet mogelijk.
- Wat is een WW-uitkering?
Een WW-uitkering is een tijdelijk vangnet bij verlies van inkomen waarbij je niet verwijtbaar werkloos bent. Redenen voor een WW-uitkering zijn bijvoorbeeld ontslag wegens reorganisatie of een contract voor bepaalde tijd dat niet wordt verlengd. WW staat hier voor Werkloosheidswet. Of je in aanmerking komt voor een WW-uitkering hangt af van een aantal factoren. Deze factoren worden bij de volgende vraag benoemd.
- Kom ik in aanmerking voor een WW-uitkering?
Of je in aanmerking komt voor een WW-uitkering, hangt van een aantal voorwaarden af. De voorwaarden voor een WW-uitkering zijn als volgt:
- Je moet zijn verzekerd voor werkloosheid. Dit is meestal het geval als je werkzaam bent als werknemer en de officiële AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt;
- Je verliest minimaal 5 uur per week of, als je minder dan 10 uur per week werkte, minimaal de helft van je aantal uren per kalenderweek. Je raakt ook het loon over deze uren kwijt;
- Je dient per direct beschikbaar te zijn voor betaald werk;
- Je bent niet door eigen schuld werkloos geworden (voorbeeld: je bent ontslagen wegens reorganisatie of je contract voor bepaalde tijd wordt niet verlengd);
- Je moet voldoen aan de wekeneis (in de 36 weken voordat je werkloos werd heb je minimaal 26 weken gewerkt).
- Hoelang kan ik een WW-uitkering krijgen?
Hoe lang je een WW-uitkering kunt krijgen, hangt af van je situatie. Om te beoordelen hoe lang je recht hebt op een WW-uitkering, wordt er eerst gekeken of je voldoet aan de wekeneis. Voldoe je aan de wekeneis, dan heb je sowieso recht op een basisuitkering van 3 maanden. Na de wekeneis wordt er gekeken naar de jareneis. Voldoe je ook aan de jareneis, dan kan je WW-uitkering worden verlengd. Hoe lang je in totaal recht hebt op een WW-uitkering, hangt af van je arbeidsverleden.
- Wat houdt de wekeneis en de jareneis in?
Als het gaat over de WW, dan spelen de wekeneis en jareneis een grote rol. Deze twee eisen geven namelijk je arbeidsverleden weer en bepalen daarmee of je recht hebt op een WW-uitkering, onder welke voorwaarden dit gebeurt en voor hoe lang je recht hebt op een WW-uitkering. Je krijgt een WW-uitkering van 3 maanden als je voldoet aan de wekeneis. Bij de jareneis geldt: hoe langer je hebt gewerkt, des te langer je recht hebt op een WW-uitkering.
- Hoe wordt de hoogte van mijn WW-uitkering berekend?
In verband met toekomstige uitgaven, is het belangrijk om te weten wat de hoogte van je WW-uitkering wordt. Daarom is het goed om te weten hoe de hoogte van deze uitkering wordt berekend. Op basis van je verdiende sv-loon − je sociale verzekeringsloon − wordt de hoogte van je WW-uitkering berekend.
Op basis van je verdiende belastbaar loon wordt de hoogte van je WW-uitkering berekend. Hiervoor wordt gekeken naar het belastbaar loon dat je gemiddeld verdiende in een periode van 12 maanden voordat je werkloos werd. Deze ‘referteperiode’ bepaalt je dagloon. Dit dagloon kan nooit hoger zijn dan het wettelijk maximumdagloon. Per 1 januari 2024 is het maximumdagloon € 274,44. De eerste 2 maanden bedraagt je WW-uitkering 75% van je dagloon. De daaropvolgende maanden van je WW-uitkering ontvang je 70% van je dagloon.
- Wanneer en waar kan ik een WW-uitkering aanvragen?
Wanneer je hoort dat je werkloos wordt, is het eerste wat je denkt: hoe vraag ik een WW-uitkering aan. Gelukkig is het aanvragen van een WW-uitkering relatief simpel. Allereerst is het belangrijk dat je in het bezit bent van een DigiD. Daarnaast is het belangrijk dat je onder andere de volgende gegevens bij de hand hebt:
- Je laatste loonstrook;
- Je laatste arbeidscontract;
- Je rekeningnummer.
Schrijf je op uwv.nl en vul alle benodigde gegevens in. Na je aanvraag ontvang je een e-mail met een bevestiging van je aanvraag. Jezelf inschrijven als werkzoekende is niet nodig. Dat gebeurt automatisch als je een WW-uitkering aanvraagt.
Voor de AOW betekent het voornemen om de AOW-leeftijd verder te verhogen dat je mogelijk later recht krijgt op je AOW-uitkering dan eerder was afgesproken in het Pensioenakkoord. In het regeerakkoord wordt de AOW leeftijd 1 op 1 gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting in tegenstelling tot de 8 maanden per levensjaar als onderdeel van het pensioenakkoord.

Afbeelding: AOW plannen Kabinet (beeld: NOS.nl)
Dat kan betekenen:
- Langer doorwerken, voor de jongste generatie zelfs tot na hun 71e levensjaar.
- Of een periode overbruggen met eigen middelen of pensioen.
In de plannen wordt de WIA op meerdere punten versoberd. De grootste wijzigingen zitten in (1) het uitkeringsplafond en (2) het afschaffen van de IVA (voor nieuwe instroom).
- Lager uitkeringsplafond (maximumdagloon)
Het kabinet wil het maximumdagloon – de bovengrens waarover WW- en WIA-uitkeringen worden berekend – met 20% verlagen. In bedragen die nu rondgaan komt dat neer op een daling van ongeveer € 6.617 naar € 5.293,60 bruto per maand (op basis van het huidige maandmaximum).
Dat raakt vooral mensen met een midden- tot hoger inkomen: hun uitkering wordt sneller “afgetopt”, waardoor de inkomensval bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid groter wordt. - Afschaffing IVA
Nu krijgen volledig en duurzaam arbeidsongeschikten in de IVA een uitkering van 75% van het (gemaximeerde) dagloon. In de plannen wordt het IVA-onderscheid voor nieuwe instroom geschrapt, waardoor deze groep uitkomt op het niveau dat nu bij WGA gebruikelijk is: 70% in plaats van 75%. Ook gaan voor deze groep re-integratie verplichtingen gelden en risico op herbeoordelingen.
Belangrijk: volgens de budgettaire bijlage bij het regeerakkoord behouden huidige IVA-gerechtigden hun IVA-recht op het moment van invoering. - WGA: kortere ‘loongerelateerde’ fase
Voor mensen in de WGA wordt de loongerelateerde fase korter doordat die gekoppeld is aan de WW-duur en deze door het kabinet wordt verkort tot één jaar Daardoor kom je sneller in een vervolgfase terecht, met als risico de lage vervolguitkering die vaak ver onder het sociaal minimum ligt. In sommige gevallen bestaat er recht op een toeslag van het UWV tot het sociaal minimum.
Voor mensen met een aanvullend verzekerde excedentregeling hangt het af van de polisvoorwaarden of (en hoe lang) dit verschil wordt gecompenseerd.
Het kabinet wil de maximale duur van de WW verkorten naar één jaar. Dat betekent dat je bij ontslag korter recht hebt op een loongerelateerde uitkering.
Daarnaast wordt voorgesteld het maximumdagloon met 20% te verlagen. Dat maximum bepaalt de bovengrens van de WW-uitkering.
Ook stelt het kabinet voor om de opbouw flink te beperken. Nu bouw je per gewerkt jaar in de eerste 10 jaar 1 maand WW op. Dat wordt als het aan dit kabinet ligt gehalveerd tot een halve maand per gewerkt jaar. Dit betekent dat je na tien arbeidsjaren, slechts vijf maanden kunt terugvallen op een WW-uitkering i.p.v. 10 maanden en anders moet terugvallen op de bijstand.
Daarnaast wordt de referte-eis aangepast waardoor je langer moet hebben gewerkt om überhaupt in aanmerking te komen voor de kortdurende WW-uitkering van 3 maanden. Beide hebben grote gevolgen voor vooral jongeren.
De uitkering in de eerste twee maanden van de WW zou verhoogd moeten worden van 75% naar 80%.
Voorbeeldberekening (indicatief):
- Huidig maximumdagloon ≈ € 6.600 bruto per maand
- WW-uitkering eerste twee maanden: 80% in de eerste twee maanden → circa € 5280 bruto per maand
- WW-uitkering na 2 maanden (70%) → € 4620 bruto per maand
Als het maximumdagloon 20% lager wordt:
- Nieuw maximum ≈ € 5.280 bruto per maand
- WW-uitkering eerste twee maanden (80%) → circa € 3.960 bruto per maand
- WW uitkering na twee maanden (70%): € 3696 bruto per maand
Dat is een verschil van bijna € 1.000 bruto per maand bij maximale uitkering.
Voor midden- en hogere inkomens kan dit dus een aanzienlijke inkomensval betekenen.
