- Wanneer eindigt mijn dienstverband precies (ontslag bedrijfseconomische redenen)?
- Je werkgever dient eerst formeel jouw dienstverband te beëindigen. Je dienstverband eindigt dan in beginsel wanneer de opzegtermijn die geldt voor de werkgever is verstreken.
- Je opzegtermijn gaat lopen op de dag dat je een schriftelijke opzegging hebt ontvangen van je werkgever (een werkgever mag bij bedrijfseconomische redenen alleen opzeggen na toestemming van het UWV) en eindigt tegen het einde van een maand (als er geen andere schriftelijke afspraak is gemaakt over de opzegtermijn). Voorbeeld met 1 maand opzegtermijn: als je werkgever op 15 september opzegt, ga je per 1 november uit dienst;
- Als je een vaststellingsovereenkomst tekent, is er geen sprake van een opzegging. Maar voor de aanvang van je WW-uitkering is de opzegtermijn wel van belang. De datum van ondertekening van de vaststellingsovereenkomst geldt als aanvangsdatum van je opzegtermijn. Dus met het voorbeeld hiervoor, moet je in september de vaststellingsovereenkomst tekenen en overeenkomen dat je per 1 november uit dienst gaat. Per 1 november verkrijg je dan recht op een WW-uitkering (mits je aan alle voorwaarden voldoet). Let dus goed op dat je pas een toezegging doet of tekent als je weet welke gevolgen dit voor jou heeft. Krijg je een vaststellingsovereenkomst van je werkgever? Laat deze dan eerst juridisch nakijken voordat je reageert. De Unie kan je hierbij helpen.
- Heb ik recht op een zogenaamde faillissementsuitkering?
Bij een faillissement betaalt het UWV jouw loon tot het einde van je opzegtermijn. Een faillissementsuitkering is alleen aan de orde bij faillissement of betalingsonmacht van werkgever.
Voor de AOW betekent het voornemen om de AOW-leeftijd verder te verhogen dat je mogelijk later recht krijgt op je AOW-uitkering dan eerder was afgesproken in het Pensioenakkoord. In het regeerakkoord wordt de AOW leeftijd 1 op 1 gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting in tegenstelling tot de 8 maanden per levensjaar als onderdeel van het pensioenakkoord.

Afbeelding: AOW plannen Kabinet (beeld: NOS.nl)
Dat kan betekenen:
- Langer doorwerken, voor de jongste generatie zelfs tot na hun 71e levensjaar.
- Of een periode overbruggen met eigen middelen of pensioen.
In de plannen wordt de WIA op meerdere punten versoberd. De grootste wijzigingen zitten in (1) het uitkeringsplafond en (2) het afschaffen van de IVA (voor nieuwe instroom).
- Lager uitkeringsplafond (maximumdagloon)
Het kabinet wil het maximumdagloon – de bovengrens waarover WW- en WIA-uitkeringen worden berekend – met 20% verlagen. In bedragen die nu rondgaan komt dat neer op een daling van ongeveer € 6.617 naar € 5.293,60 bruto per maand (op basis van het huidige maandmaximum).
Dat raakt vooral mensen met een midden- tot hoger inkomen: hun uitkering wordt sneller “afgetopt”, waardoor de inkomensval bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid groter wordt. - Afschaffing IVA
Nu krijgen volledig en duurzaam arbeidsongeschikten in de IVA een uitkering van 75% van het (gemaximeerde) dagloon. In de plannen wordt het IVA-onderscheid voor nieuwe instroom geschrapt, waardoor deze groep uitkomt op het niveau dat nu bij WGA gebruikelijk is: 70% in plaats van 75%. Ook gaan voor deze groep re-integratie verplichtingen gelden en risico op herbeoordelingen.
Belangrijk: volgens de budgettaire bijlage bij het regeerakkoord behouden huidige IVA-gerechtigden hun IVA-recht op het moment van invoering. - WGA: kortere ‘loongerelateerde’ fase
Voor mensen in de WGA wordt de loongerelateerde fase korter doordat die gekoppeld is aan de WW-duur en deze door het kabinet wordt verkort tot één jaar Daardoor kom je sneller in een vervolgfase terecht, met als risico de lage vervolguitkering die vaak ver onder het sociaal minimum ligt. In sommige gevallen bestaat er recht op een toeslag van het UWV tot het sociaal minimum.
Voor mensen met een aanvullend verzekerde excedentregeling hangt het af van de polisvoorwaarden of (en hoe lang) dit verschil wordt gecompenseerd.
Het kabinet wil de maximale duur van de WW verkorten naar één jaar. Dat betekent dat je bij ontslag korter recht hebt op een loongerelateerde uitkering.
Daarnaast wordt voorgesteld het maximumdagloon met 20% te verlagen. Dat maximum bepaalt de bovengrens van de WW-uitkering.
Ook stelt het kabinet voor om de opbouw flink te beperken. Nu bouw je per gewerkt jaar in de eerste 10 jaar 1 maand WW op. Dat wordt als het aan dit kabinet ligt gehalveerd tot een halve maand per gewerkt jaar. Dit betekent dat je na tien arbeidsjaren, slechts vijf maanden kunt terugvallen op een WW-uitkering i.p.v. 10 maanden en anders moet terugvallen op de bijstand.
Daarnaast wordt de referte-eis aangepast waardoor je langer moet hebben gewerkt om überhaupt in aanmerking te komen voor de kortdurende WW-uitkering van 3 maanden. Beide hebben grote gevolgen voor vooral jongeren.
De uitkering in de eerste twee maanden van de WW zou verhoogd moeten worden van 75% naar 80%.
Voorbeeldberekening (indicatief):
- Huidig maximumdagloon ≈ € 6.600 bruto per maand
- WW-uitkering eerste twee maanden: 80% in de eerste twee maanden → circa € 5280 bruto per maand
- WW-uitkering na 2 maanden (70%) → € 4620 bruto per maand
Als het maximumdagloon 20% lager wordt:
- Nieuw maximum ≈ € 5.280 bruto per maand
- WW-uitkering eerste twee maanden (80%) → circa € 3.960 bruto per maand
- WW uitkering na twee maanden (70%): € 3696 bruto per maand
Dat is een verschil van bijna € 1.000 bruto per maand bij maximale uitkering.
Voor midden- en hogere inkomens kan dit dus een aanzienlijke inkomensval betekenen.
