Het kabinet wil de maximale duur van de WW verkorten naar één jaar. Dat betekent dat je bij ontslag korter recht hebt op een loongerelateerde uitkering.
Daarnaast wordt voorgesteld het maximumdagloon met 20% te verlagen. Dat maximum bepaalt de bovengrens van de WW-uitkering.
Ook stelt het kabinet voor om de opbouw flink te beperken. Nu bouw je per gewerkt jaar in de eerste 10 jaar 1 maand WW op. Dat wordt als het aan dit kabinet ligt gehalveerd tot een halve maand per gewerkt jaar. Dit betekent dat je na tien arbeidsjaren, slechts vijf maanden kunt terugvallen op een WW-uitkering i.p.v. 10 maanden en anders moet terugvallen op de bijstand.
Daarnaast wordt de referte-eis aangepast waardoor je langer moet hebben gewerkt om überhaupt in aanmerking te komen voor de kortdurende WW-uitkering van 3 maanden. Beide hebben grote gevolgen voor vooral jongeren.
De uitkering in de eerste twee maanden van de WW zou verhoogd moeten worden van 75% naar 80%.
Voorbeeldberekening (indicatief):
- Huidig maximumdagloon ≈ € 6.600 bruto per maand
- WW-uitkering eerste twee maanden: 80% in de eerste twee maanden → circa € 5280 bruto per maand
- WW-uitkering na 2 maanden (70%) → € 4620 bruto per maand
Als het maximumdagloon 20% lager wordt:
- Nieuw maximum ≈ € 5.280 bruto per maand
- WW-uitkering eerste twee maanden (80%) → circa € 3.960 bruto per maand
- WW uitkering na twee maanden (70%): € 3696 bruto per maand
Dat is een verschil van bijna € 1.000 bruto per maand bij maximale uitkering.
Voor midden- en hogere inkomens kan dit dus een aanzienlijke inkomensval betekenen.