De Unie, in jouw belang

Jouw werk en inkomen

Wetswijzigingen arbeidsrecht 2026 in Nederland: wat betekenen ze voor jou?

16 december 2025

Vanaf 1 januari 2026 veranderen er in Nederland belangrijke regels op het gebied van arbeidsrecht en sociale zekerheid. Dat raakt zowel werkgevers als werknemers. In dit artikel zetten we de belangrijkste wetswijzigingen 2026 overzichtelijk op een rij: van strengere handhaving op schijnzelfstandigheid tot het minimumloon, de thuiswerkvergoeding, het loonkostenvoordeel 56+ en de RVU-regeling.

Waar nodig kun je als lid van De Unie bij onze juristen terecht voor persoonlijk advies over jouw situatie.

1. Strengere handhaving op schijnzelfstandigheid per 2026

Per 1 januari 2026 eindigt de overgangsperiode voor de handhaving op schijnzelfstandigheid. Vanaf dat moment kan de Belastingdienst in Nederland bij schijnzelfstandigheid niet alleen correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen, maar ook boetes.

Van schijnzelfstandigheid is sprake als iemand in de praktijk werkt als werknemer, maar formeel op basis van een overeenkomst van opdracht (als zelfstandige/zzp’er) wordt ingehuurd. Er is dan feitelijk sprake van een arbeidsovereenkomst, met alle rechten en plichten die daarbij horen.

De Belastingdienst kan correcties en naheffingen in principe met terugwerkende kracht opleggen tot 1 januari 2025, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of een eerder gegeven aanwijzing niet (voldoende) is opgevolgd.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor zzp’ers en werknemers
Sta je ingeschreven als zelfstandige, maar werk je feitelijk als werknemer? Dan kun je mogelijk aanspraak maken op rechten die horen bij een arbeidsovereenkomst, zoals ontslagbescherming en loondoorbetaling bij ziekte. Let er wel op dat je mogelijk verkregen fiscale voordelen, zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling dan moet terugbetalen aan de belastingdienst. Je kunt dan een naheffing krijgen met mogelijk een boete, omdat je te weinig belasting hebt betaald. De Unie helpt leden om de arbeidsrelatie te beoordelen en kan met je meekijken of er sprake is van schijnzelfstandigheid.

2. Minimumloon en minimumjeugdloon in 2026

Per 1 januari 2026 stijgt het wettelijk minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder naar € 14,71 bruto per uur in Nederland.

Voor werknemers van 15 tot en met 20 jaar gelden vaste minimumjeugdlonen. Deze zijn afgeleid van het wettelijk minimumuurloon en worden periodiek vastgesteld. De actuele bedragen kun je terugvinden op de website van de Rijksoverheid.

Gevolgen voor werkgevers en werknemers

  • Werkgevers moeten controleren of alle lonen vanaf 2026 voldoen aan het nieuwe minimumuurloon.
  • Werknemers kunnen nagaan of hun uurloon per 1 januari 2026 wordt aangepast. Is dat niet het geval, dan kun je actie ondernemen.

Leden van De Unie kunnen hun loonstrook door ons laten checken als zij twijfelen of het juiste minimumloon wordt toegepast.

3. Daglonen

De daglonen van de uitkeringen WAO/WIA, WW en ZW worden aangepast met de stijging van het bruto referentieminimummaandloon, en gaan dus per 1 januari 2026 ook met 2,16% omhoog.

Maximumdagloon
Het maximumdagloon wordt per 1 januari 2026 vastgesteld op € 304,25.

4. Thuiswerkvergoeding en reiskostenvergoeding 2026

In 2026 veranderen ook de bedragen voor bepaalde vergoedingen:

  • De onbelaste thuiswerkvergoeding wordt opnieuw geïndexeerd en komt naar verwachting uit op € 2,45 per dag.
  • De maximale onbelaste reiskostenvergoeding blijft € 0,23 per kilometer.

Belangrijk: per dag mag óf een reiskostenvergoeding, óf een thuiswerkvergoeding onbelast worden uitgekeerd. Combineren op één dag is niet toegestaan.

Waar moet je op letten?

  • Werkgevers doen er goed aan het thuiswerk- en reisbeleid opnieuw tegen het licht te houden en waar nodig aan te passen.
  • Werknemers kunnen met hun werkgever afspraken maken over vaste thuiswerkdagen en reisdagen, zodat duidelijk is wanneer welke vergoeding geldt.

Heb je vragen over jouw recht op reiskosten- of thuiswerkvergoeding? De Unie kan je helpen jouw situatie te beoordelen.

5. Loonkostenvoordeel 56-plus vervalt (deels)

Het loonkostenvoordeel (LKV) voor oudere werknemers (56+) wordt per 1 januari 2026 afgeschaft voor dienstverbanden die zijn gestart op of na 1 januari 2024.

Voor bestaande dienstverbanden die vóór 1 januari 2024 zijn begonnen, blijft het voordeel gelden. Werkgevers kunnen daar dus nog gebruik van maken zolang aan de voorwaarden wordt voldaan.

Wat betekent dit?

  • Werkgevers kunnen bij nieuwe dienstverbanden vanaf 2024 (met ingang van 2026) geen beroep meer doen op dit specifieke loonkostenvoordeel.
  • Voor werknemers van 56 jaar en ouder kan dit indirect gevolgen hebben voor de financiële prikkel voor werkgevers om hen in dienst te nemen.

6. RVU-regeling vanaf 2026: drempelvrijstelling en strengere voorwaarden

Per 1 januari 2026 wordt de RVU-regeling (regeling voor vervroegd uittreden) voortgezet, maar er wijzigen wel een aantal onderdelen.

De drempelvrijstelling wordt structureel
De RVU-drempelvrijstelling blijft bestaan. Deze vrijstelling was tijdelijk, maar wordt vanaf 2026 structureel. De drempelvrijstelling is gebaseerd op de netto AOW. Dat blijft hetzelfde; de hoogte van de RVU-drempelvrijstelling verandert dus niet.

Nieuw is dat in bijzondere gevallen – bijvoorbeeld voor werknemers in knellende situaties met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen – de RVU-uitkering met € 300 bruto per maand mag worden verhoogd. Zo ontstaat extra financiële ruimte voor werknemers die niet meer gezond kunnen doorwerken, maar voor wie het vrijgestelde drempelbedrag onvoldoende is om eerder te stoppen met werken.

In de meeste gevallen zou het drempelbedrag echter voldoende moeten zijn om vervroegd uit te treden.

Strengere voorwaarden in cao’s
De voorwaarden om de RVU via de cao in te zetten, worden strenger. De regeling mag niet meer zonder meer worden toegepast bij iedere werknemer die 36 maanden voor de AOW-leeftijd zit. De regeling moet:

  • een helder omschreven doelgroep bevatten, die regelmatig wordt herzien;
  • gelden voor functies die als zwaar werk kwalificeren, vastgesteld op basis van objectieve maatstaven;
  • aansluiten op het bestaande beleid rondom duurzame inzetbaarheid binnen de organisatie;
  • ter toetsing worden voorgelegd aan TNO, als onafhankelijke toetsende instantie.

Werkgevers en/of werkgeversorganisaties die vanaf 1 januari 2026 de RVU-regeling in Nederland willen toepassen of voortzetten, moeten hun regeling aan deze vereisten aanpassen.

De RVU-heffing wordt verhoogd
Vanaf 2026 wordt de RVU-heffing stapsgewijs verhoogd van 52% naar 65%. Dit maakt het financieel minder aantrekkelijk om boven de drempelvrijstelling uit te komen.

Wat kan De Unie voor jou betekenen?
De wetswijzigingen per 1 januari 2026 hebben grote impact op de Nederlandse arbeidsmarkt. Of je nu werkgever, werknemer of zzp’er bent: het is belangrijk om op tijd te weten waar je aan toe bent.

Sluit je nu aan, dit kan al vanaf €0,-

 

Leden van De Unie kunnen bij ons terecht voor:

  • controle van arbeidsovereenkomsten en zzp-contracten (schijnzelfstandigheid);
  • check van loonstroken en minimumloon per uur;
  • advies over thuiswerk- en reiskostenvergoedingen;
  • uitleg over de gevolgen van het vervallen van LKV 56+;
  • begeleiding bij vragen over RVU, zwaar werk en eerder stoppen met werken.

Twijfel je wat deze wetswijzigingen 2026 voor jou betekenen? Neem contact op met De Unie. Samen kijken we naar jouw situatie.

Veelgestelde vragen over wetswijzigingen arbeidsrecht 2026

1. Vanaf wanneer gaat de strengere handhaving op schijnzelfstandigheid in?
De overgangsperiode eindigt op 1 januari 2026. Vanaf dat moment kan de Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid niet alleen naheffingen en correcties opleggen, maar ook boetes.

2. Hoe hoog is het minimumuurloon in Nederland per 1 januari 2026?
Het wettelijk minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder wordt € 14,71 bruto per uur. Voor jongeren van 15 tot en met 20 jaar gelden lagere minimumjeugdlonen, afgeleid van dit bedrag.

3. Mag ik in 2026 op één dag én een thuiswerkvergoeding én een reiskostenvergoeding krijgen?
Nee. Per dag mag óf een onbelaste thuiswerkvergoeding, óf een onbelaste reiskostenvergoeding worden uitgekeerd. Combineren op één dag is niet toegestaan.

4. Geldt het loonkostenvoordeel voor werknemers van 56 jaar en ouder nog na 1 januari 2026?
Voor dienstverbanden die vóór 1 januari 2024 zijn begonnen, blijft het loonkostenvoordeel 56+ bestaan. Voor dienstverbanden die op of na 1 januari 2024 zijn gestart, vervalt het voordeel per 2026.

5. Wat verandert er aan de RVU-regeling vanaf 2026?
De RVU-drempelvrijstelling wordt structureel gemaakt en de RVU-uitkering mag in bijzondere gevallen met € 300 bruto per maand worden verhoogd. Tegelijk worden de voorwaarden in cao’s strenger en wordt de RVU-heffing stapsgewijs verhoogd van 52% naar 65%.

!

Sta er niet alleen voor bij problemen op de werkvloer

Wij nemen de zorg uit handen en komen op voor jouw belangen, zodat jij het niet alleen hoeft te doen.

Wat doen wij voor jou

Gerelateerde berichten

Word gratis lid