Participatie

Deelnemen is gewoon gezond

In 2013 kondigde onze koning in zijn eerste troonrede het aan: ‘de participatiemaatschappij komt eraan’. Tegenwoordig is bijna iedereen gewend aan dit  idee. De vroegere zorg- en welzijnsvoorzieningen zijn nu eenmaal niet vol te houden vanwege de vergrijzing (meer ouderen) en ontgroening (minder jongeren). We zullen meer voor onszelf, voor onze naasten, voor de buren en de omgeving moeten gaan zorgen. Overigens zou het ook zonde zijn als de kwaliteiten en ervaring van de groeiende groep jonge ouderen niet meer benut worden in de samenleving. Dus meedoen is ook na de werkzame periode van groot belang.

Maar ‘zullen en moeten’ is voor veel mensen geen reden om daar ook werkelijk mee aan de slag te gaan. Het echte motief ligt in het menselijk streven om een gewaardeerde rol te hebben in de samenleving. Het gevoel dat je er nog toe doet. Dat gevoel blijkt een bijzonder medicijn te zijn om gezond oud te worden. 

Met een betaalde baan of met de zorg voor je ouders of (klein)kinderen is die gewaardeerde rol er automatisch. Als dat niet meer zo aan de orde is, komt dat gevoel niet zomaar aanwaaien. Soms moet je heel bewust zoeken naar iets dat bij je past en dat je een tijd vol kan houden. Dat vraagt tijd en aandacht en de invulling is heel persoonlijk. Maar dit zoekproces is de moeite waard. Niet alleen vanwege het eerder genoemde effect dat een gewaardeerde rol heeft op de gezondheid, maar ook omdat er steeds meer sprake zal zijn van wederkerigheid. Als jij immers iets wil betekenen voor anderen, dan zou dat wel eens wederzijds kunnen zijn.