Duurzame inzetbaarheid

Waarom duurzame inzetbaarheid?

De wereld om ons heen verandert. De arbeidsverhoudingen moeten daar op aangepast worden. De Unie zet samen met andere vakbonden en de AWVN in op vernieuwing van de arbeidsverhoudingen. Uitgangspunt voor De Unie is meer gelijkwaardigheid tussen werkgever en werknemer. We hebben elkaar hard nodig om de BV Nederland op de economische wereldkaart te houden. Het betekent dat er een brug geslagen moet worden tussen de actualiteit van de economische omstandigheden en de lange termijnvisie van De Unie op de toekomstige arbeidsverhoudingen.

Juist in het perspectief van het streven van De Unie naar individueel maatwerk en persoonlijke groei merken we dat het CAO instrument hier en daar bot begint te worden. Er zijn nog steeds algemene belangen te verdedigen maar met de consensus van verschillende partijen en groepen die uiteindelijk plaatsvindt aan de onderhandelingstafels is de herkenbaarheid voor het individu minder. Dat is dan ook de reden dat De Unie haar inzet aan de CAO-tafels en daar buiten streeft naar ruimte voor individuele invulling.

Er is veel aan het veranderen in Nederland en daar buiten. Bedrijfsonderdelen worden in Nederland opeens gesloten. Hoog maar smal opgeleide werknemers staan bijvoorbeeld abrupt buitenspel. De sociale zekerheid wordt stelselmatig door de overheid verder afgebroken, pensioenuitkeringen zijn lager dan verwacht en reorganiseren is meer en meer een continu proces aan het worden. Het is afwachten welke moeilijke besluiten de nieuwe regering gaat nemen. Op basis van de verkiezingsuitslag 2010 en de verkiezingsprogramma’s zal de WW-uitkering waarschijnlijk aangepast worden. We moeten ook langer wachten op onze AOW, maar hoe en waar de werknemers aan de slag kunnen blijven is nog een open vraag. Gemeentes kijken ook steeds meer naar die groep die een redelijk tot goed inkomen heeft en willen vooral daar een steeds hogere bijdrage vragen om hun begroting op orde te krijgen. Dit terwijl de kosten van opgroeiende kinderen steeds hoger worden en vaker bij de ouders worden gelegd die een redelijk inkomen hebben. Van de werknemer wordt steeds meer flexibiliteit verwacht en het HRM-beleid richt zich lang niet altijd op het welzijn van de werknemer. 

Onze leden, sympathisanten en onze doelgroep weten in deze onzekere tijden niet meer waar zij aan toe zijn. Alle bestaande zekerheden lijken weg te vallen. We zijn best bereid een eind mee te gaan in de verdere flexibilisering, maar we willen er wil graag nieuwe zekerheden of nieuwe mogelijkheden voor terug. 

De zekerheid dat je altijd je baan zal behouden ligt intussen al ver achter ons. De zekerheid dat bij verlies van je baan je in ieder geval een zekerheid van inkomen behoudt begint ook al steeds verder van ons af te drijven met onze overheid. Dat vraagt om het creëren van nieuwe zekerheden, zekerheden binnen nieuwe collectiviteiten en zekerheden die ontleend kunnen worden aan de kracht van het individu. Rekening houdend met de verschillende levensfases waarin je je bevind.

Dat we langer door moeten werken is ons wel duidelijk geworden maar dan moet er wel geïnvesteerd worden in de vitaliteit van de werknemer en ondernemer, de arbeidsparticipatie, slimmer werken, scholingsmogelijkheden en het creëren van ontwikkeling- en ontplooiingsmogelijkheden voor de individuele werknemer. 


De tijd van pappen en nathouden is nu echt wel voorbij. Als we nu geen duidelijke afspraken en een gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen, zal de BV Nederland steeds verder wegzakken op de economische ladder met alle gevolgen van dien voor de Nederlanders.